Home » Van fietsenmaker tot ondernemer.

 

Van Fietsenmaker tot Zelfstandig Ondernemer

Ik was 12 jaar en 7 maanden toen ik in Treebeek naar de M.U.L.O. ging.

Voor mij betekende dat elke dag met een behoorlijk zware tas van de Nieuwstraat in Amstenrade naar Treebeek lopen. Er waren nog een paar andere jongens uit ons dorp op de M.U.L.O maar die hadden een fiets. Warm weer, koud weer, regen en wind waren mijn begeleiders bij de dagelijkse wandeltocht naar Treebeek en terug.

Het leren ging me goed af. Ik vond alles zeer interessant. Het verschilde wel sterk wie de leraar was. Sommige leraren zoals Leenders en Snijders waren aardig, andere beslist minder. Huiswerk maakte ik niet of nauwelijks! Dat leverde straf op en soms, bij meester Leenders, een pak slaag voor de klas. Ik werd helemaal niet gecontroleerd of begeleid door mijn ouders. Voor hen was alles dat ik deed abacadabra. Ik ging dus niet over naar de tweede!!

Toen ik bijna 14 was had ik er genoeg van. Ik had thuis in de stal een oude fiets bij elkaar geknutseld. Voor onderdelen stuurde mijn vader mij naar fietsenmaker Oellers in Heerlen. Toen ik daar vroeg of ik de onderdelen daar mocht monteren vond hij dat goed. Het ging me nogal vlot af want toen ik klaar was vroeg hij of ik niet bij hem wilde komen werken. Dat was de oplossing! Werk, mijn moeder meer geld en ik niet meer naar school.

Op 27 januari 1953, de dag nadat ik 14 jaar oud werd, begon ik aan mijn eerste baantje: Fietsenmaker!!

Baas Oellers was geen makkelijke baas. Zelf had hij het ook niet zo gemakkelijk. Onderdelen waren nog moeilijk te krijgen, zijn klanten konden hem niet altijd de reparatiekosten in een keer betalen en ...... de problemen met zijn echtgenote Emma. Ik was vaak getuige van hevige woordwisselingen die half in het Nederlands en half in het Duits werden gevoerd want Emma was Duitse.  

Het repareren en opbouwen van oude en nieuwe fietsen had ik snel onder de knie. Oellers leerde me ook dingen die ik nu nog steeds in de praktijk breng. Als ik iets zoeken moest in een overvolle bak of pot met gebruikte onderdelen begon ik altijd van boven af naar beneden te "graven". Als Oellers dat zag kwam hij, schudde de bak of emmer helemaal om op de vloer en zei dan: Zo moet dat! Hij had gelijk! Je vindt alles sneller en je ziet nog eens wat er allemaal in de bak zit. Goed als je volgende keer weer iets nodig hebt. Een les die ik nog steeds in de praktijk breng!

Oellers zelf kon geen nieuwe wielen spaken. Ik moest dat leren! Met de leverancier van de Eroba fietsen, die in deEroba fabriek in Echt werden geassembleerd, maakte hij een afspraak. Ik kon woensdag morgen bij de spakers in de fabriek aanschuiven en het zo leren. Vroeg in de morgen fietste ik van Amstenrade naar Echt, een afstand van 32 km. Tussen de mannen in de fabriek voelde ik me toch een beetje uitverkoren dat ik het ook kon leren. Ik weet niet meer precies hoe vaak ik ben geweest maar toen ik wielen spaken kon verhoogde Oellers mijn loon van 12,50 naar 15 gulden per week!

Met de fiets naar Groothandel Widdershoven in Heerlen onderdelen halen was  een van mijn leukste taken. In de kelderruimte, die als magazijn werd gebruikt, werd ik dan geholpen door mevrouw Widdershoven. Een copy van Doris Day en voor mij toen de mooiste vrouw van de wereld.

Een ander deel van mijn werk was het vrijdag middags en zaterdag morgens geld ophalen bij klanten die op  "afbetaling" hadden gekocht. Ik kreeg een bon boekje met carbon en moest van Kerkrade tot Ulestraten klanten bezoeken op de wekelijkse betaling te innen. Soms 3 gulden en soms ook wel 12! Bij die bezoeken leerde ik toen al dat er aardige en minder aardige klanten bestaan.

Op een van die tochten zag ik in Ulestraten in een wei een stel legertrucks en tenten staan. Het bleken Engelse militairen te zijn op oefening in Nederland. Met mijn mulo Engels kwam ik in gesprek met een van die soldaten. Hij heette Brian Owrid en vertelde dat hij in Withernsea in Engeland woonde. We wisselden adressen uit en begonnen vanaf toen te corresponderen. 

We werden vrienden en hij kwam met zijn 500cc Matchless Twin motor bij ons op bezoek. Samen maakten we een meerdaagse tocht door Duitsland waarbij we bij "Zimmer Frei" adressen sliepen. Later stuurde hij mij een bootticket om naar Engeland te varen en was ik 14 dagen bij hem en zijn ouders te gast. Daar toerden we met zijn motor door Engeland en waren o.a. in Blackpool. We zijn vrienden gebleven tot hij in in 2014 stierf. Met zijn zus Pauline heb ik nog steeds contact.

Naast Oellers was een boerderij annex kolenhandel. Er waren enkele zoons en een dochter. Ze heette Elfie, was blond, blauwe ogen en altijd heel vriendelijk! Ik werd verliefd! Aan de straatkant had de boerderij een raam waarvan de onderkant 2 meter hoog was. Elfie stond vaker voor dat raam en dan kwam ik in gesprek met haar. Hoe het precies kwam weet ik niet meer maar opeens was er een regelmaat dat ik haar zo vrijdags avond kon spreken. Ik fietste dan eerst naar huis in Amstenrade, waste me, trok een schoon hemd aan en fietste dan weer terug. Ik floot dan : Wenn der weisze Flieder wieder bluht, waarna Elfie het raam opende en een tijdje met mij over van alles praatte.

Op zulk een vrijdagavond vroeg ze mij of ik haar met de fiets naar het station in Heerlen kon brengen. Ze zou daar een soldaat ontmoeten die terug was gekomen uit Indonesie. Zij had gedurende zijn tijd daar met hem gecorrespondeerd. Ik zei natuurlijk niet meteen ja maar bracht haar toch wel naar het station!

Enkele maanden later was ik te gast op hun bruiloft!!! Ik heb ze later nog eens bezocht op vliegveld Valkenburg waar hij als militair werkte bij de luchtmacht. Veel later, toen ik gescheiden en solo was, ben ik nog een keer met Elfie in Kasteel Vaalsbroek gaan dineren. Maar gedurende ons gesprek ontdekte ik dat de Elfie die bij mij aan tafel zat een hele andere Elfie was geworden dan de Elfie die ik in mijn herinneringen  had. Er was nu voor mij geen reden meer om nog eens verwachtingsvol

"Wenn der Weisze Flieder wieder bluht" te fluiten!

https://www.youtube.com/watch?v=1yw9Te769ys  

Een echte Limburgse jongen moet toch naar de mijn!

Een van de buren in Amstenrade was hoofdopzichter op een van de Limburgse mijnen. Schijnbaar had hij  met mijn moeder wel eens gesproken over mijn toekomst. Toen ik dan ook liet merken dat ik het bij Oellers niet meer zo leuk vond had zij meteen de oplossing.

Ik ging naar de O.V.S! De Ondergrondse Vak School. Volgens haar had mijnheer Janssen gezegd dat ik dan opzichter kon worden! Opzichter was wel een heel bijzondere baan. Je woonde dan in een opzichters huis, kreeg een opzichters kolentoelage, antraciet i.p.v eierkolen en verdiende erg veel geld. Ik melde me aan bij Staatsmijn Hendrik in Brunssum en kon een week later beginnen.

Het was geweldig! We kregen tot 12 uur onderwijs, gymnastiek, zwemmen en tuinieren en na de middagpauze leerden we met gereedschappen en materialen uit de mijn omgaan in een grote werkplaats. Werken in groepsverband, schoonhouden van de werkplaats en er zelf altijd netjes uitzien was de regel.

Toen ik in mijn eerst nieuwe jeans, en het toen daarbij behorende bonte cowboy hemd, naar mijn werk kwam droeg ik het hemd over de broek.  Onze groepsbaas, baas Latte, gaf mij opdracht om mijn hemd, net als al de andere jongens, in mijn broek te stoppen. Ik sputterde tegen, zei dat het zo hoorde en weigerde om het hemd in de broek te stoppen. Na een paar keer nietes, welles stuurde hij mij naar de hoofdbaas. Daar vertelde ik ook dat dit de nieuwe "mode" was en dat het bijvoorbeeld in de grote steden zo gedragen werd. Ik werd weggestuurd om baas Latte te halen. Nadat die met hem gesproken had kwam hij naar buiten en zei dat mijn hemd zo mocht blijven!! Opeens had ik bij de groepsgenoten een bijzondere plaats veroverd. Het was dus ook niet zo raar dat ik twee weken later P.L. werd. PloegLeider!!!

De O.V.S. was echt een leuke mix van spelen, leren en ervaring op doen. 

We gingen samen op kamp naar Vaalsbroek in Vaals. Van verschillende mijnen kwamen O.V.S groepen samen in een soort kasteel/boerderij. We sliepen in zalen op legerbedden, wasten ons samen in een grote douche ruimte, aten samen aan lange tafels in de eetzaal en zaten avonds samen aan het kampvuur liedjes te zingen na een trek- of zoektocht. We spraken allemaal verschillende dialecten maar hadden echt geen moeite om elkaar te begrijpen.

Trouwens algemeen beschaafd Nederlands ging ons ook goed af. Bij een opstelwedstrijd waaraan alle O.V.S groepen van alle mijnen deel namen haalde mijn groep de eerste prijs voor gekozen onderwerp, taalgebruik en illustratie.

Op een dag kregen we te horen dat we de volgende maand de eerste keer "onderin" moesten. Dat betekende dus nu als mijnwerker echt de mijn . Ik kwam thuis en vertelde dat tijdens het eten aan mijn vader. Die schrok en zei meteen dat ik ontslag moest nemen! Ik vroeg waarom maar kreeg te horen dat ik niet moest zeuren maar ontslag nemen. Pas veel later hoorde ik dat hij ook even in de mijn heeft gewerkt . Op een dienst is toen de pijler dicht geklapt en heeft hij doods angsten uitgestaan. Hij heeft toen ook meteen ontslag genomen. De angst van toen was nu de reden om mij daarvoor te behoeden. Dus ging ik op zoek naar een nieuwe baan.

Mijnheer Philips werd mijn volgende baas!

De Philips fabrieken in Sittard waren jaren lang voor Sittard een zeer grote werkgever. Honderden mensen werkten er! Ik begon daar als kantoor bediende. Compleet met hemd en stropdas!

Het kantoor was klein. Het grensde direct aan de gereedschapsmakerij. Er waren nog 5 collega's.

In de gereedscapmakerij  stonden draai-, boor-, slijp-, cutter-, frees- en polijstmachines. De metaalbewerkers die er werkten maakten vooral stempels. Die stempels werden in de fabricage gebruikt om metaaldelen te persen. Er was dus steeds een mannetjes en een vrouwtjes stempel.Maar ze werden ook regelmatig de fabriek in gestuurd om daar productie machines te repareren. Ze moesten voor die klus dan een aparte werkkaart invullen. Ik had mijn eigen bureau en zat daar letterlijk te wachten dat dit gebeurde. Ik schreef dan de werkkaart van het werkstuk waaraan hij werkte ''uit'' en maakte een nieuwe werkkaart voor de klus in de fabriek. Op die kaart vermeldde ik ook de gebruikte onderdelen, verbruikte gereedschappen en de gewerkte tijd. Ik moest dan berekenen hoeveel de reparatie koste en dat werd dan aan de betreffende afdeling berekend. De kaart van het werkstuk waarmee hij dan  verder ging werd weer "ingeschreven". Als je dit leest lijkt het heel watmaar driekwart van de dag had ik niets te doen. Dus.... stond ik bij een van de machines om te kijken hoe dat allemaal ging. Vooral bij mijnheer Notte uit Brunssum die het prettig vond mij antwoord te geven op mijn vragen. Later werd ik met mijn BMW motor klant in zijn motorwerkplaats in Brunssum.

Toen men  mij een paar keer had moeten zoeken als er iemand voor mijn bureau stond en het ook ongepast vond dat ik in een trui kwam i.p.v. de gebruikelijke stijve kraag en stropdas was de maat vol!

Ik moest bij de bureauchef komen en die had een perfecte oplossing. Ik ging naar de productie en kreeg daar 12 draaibanken te bedienen. Twee dikke draden in de kop spannen, de grote rol met dunnere draad juist plaatsen en op start drukken. De draaibank maakte dan ongeveer een 150 cm lange kathode. Als ze op het einde kwam ging er een lamp branden. Dan begon het verhaal weer van voren af aan! We hadden akkoord!! Na een korte periode had ik zo precies geregeld dat alle machines de een na de ander aan het eindpunt kwamen. Ik spande vervolgens weer vliegensvlug in en drukte op start. Ik maakte het hoogste  aantal in de accoord berekening. Fantastisch! Maar ik had er toen ook genoeg van!

Valt de appel niet ver van de boom?  

Met mijn vader mee in de bouw en bij de MUWI.

 Dat was wel even wennen! Om 6 uur uit bed, koffie en boterham en dan op de fiets. Van Amstenrade via Schinnen, Spaubeek en Neer Beek naar de Emma II. Muys en de Winter uit Rotterdam was een grote bouwmaatschappij waar mijn vader al lang werkte. Hij nam mij mee als handlanger en ik zou al snel begrijpen wat dat betekende. Eerst met een stul hout waarin stukken ijzerzaag waren bevestigd betonplanken van beton ontdoen. De planken waren gebruikt om in te schalen en na het storten van de beton weer gesloopt. De cement en beton die er dan nog op zat moest worden verwijderd. Hel bergen werden er naast mijn werktafel gestapeld.

 Na enige tijd werd ik liermachinist. Het was een grote koppelingslier die planken, balken, beton ijzer, stijgermateriaal maar ook spijkers en soms ook drinkflessen naar boven "lierde". Als er beton werd gestort werkten we soms wel 18 uur on onderbroken en was het heel goed op passen met telkens een halve kubieke meter beton in de lierbak. Maar er waren ook momenten dat ik stond te wachten. Om de tijd te doden had ik dan twee betonijzer staafjes en gebruikte die om te leren roffelen. Ik droomde ervan drummer te worden.

Na liermachinist werd ik stalen steiger bouwer. De bouw was al meer dan 30 meter hoog. Ik werd dus niet meteen in het diepe, maar wel in de hoogte gegooid! De stalen steiger pijpen waren tot 6 meter lang. Als je dan boven op het steiger stond en de nieuwe 6 meter buis moest in een staander aan de buitenkant was het best wel een moeilijke klus. Ik had geen hoogte vrees. Maar dat wil niet zeggen dat ik geen angst had op zulke momenten! Ik leerde een steiger plannen en berekenen en werd steeds sneller en handiger. Tijdens een vorstverlet werd mijn vader gebeld dat er steigerplanken van het inmiddels 40 meter hoge steiger waren gewaaid. In de kou met de fiets naar de Emma II, jassen shawls en handschoenen aan en bij die harde wind het steiger op. Ik voelde me naast mijn vader toen toch wel trots! Als collega.

Toen het steiger klaar was werd ik beton afwerker. Als na het beton storten de beton droog en hard is, wordt de bekisting weer gesloopt. De beton is dan op vele plaatsen niet helemaal zo glad als dat zou moeten zijn. De naden tussen de bekistingsplanken zijn niet altijd geheel dicht. Het water dunne gedeelte van de beton kruipt daar bij het storten tussen en is dan na het slopen een harde buiten naad op de overigens vlakke wand. De bekisting wordt door betonijzer draden bij elkaar gehouden. De slopers knippen die door en kunnen dan eerst de bekisting balken weghalen en daarna de planken. De resten beton draad steken dan uit en moeten door de beton afwerker worden afgekapt met een scherpe beitel. Daarbij ontstaat een gat want de draad moet minstens twee centimeter diep worden verwijderd.

Als dat niet gebeurt zal door de regen de betondraad snel gaan roesten en ontstaan er roestplekken in de wand. De betonijzerschaar, de kaphamer, de vuisthamer, de scherpe beitel, de grote en kleine troffel en de emmer en saus borstel werden mijn nieuwe gereedschappen. Ik vond het plezierig werk en leerde ook nu weer snel hoe ik het zo snel en goed mogelijk kon verrichten met zo weinig mogelijk inspanning. Ik werd daarvoor wel beloond!! Als een hele wand klaar was en mooi strak gesausd zag dat echt mooi uit en dan was dat mijn werk.

Als je in de bouw voor uit wil dan wil je ook timmerman worden. Dus werd ik toevertrouwd aan de ploeg van de jongens van Hermans. Een stel broers en een zwager die samen een bekisting bedrijf hadden en als onderaannemer voor  de MUWI werkten. Wat heb ik snel veel geleerd! Waterpassen, haaks zagen, (vooral de hele zaag gebruiken) lange balken rechtop zetten, tekening lezen, met betondraad wartelen en hard door werken omdat er volgens de uitvoerder eigenlijk morgen weer moet worden gestort.  Na verloop van tijd voelde ik mij een echte beton timmerman!!

MUWI bouwde naast de industriële gebouwen ook woningen. Toen boekhouder Brouwers een bouwplaats bezocht in Schaesberg, waar we P.G. huizen bouwden, moest er een sleuf gegraven worden. Ik was bezig met het leggen van een balkenlaag boven de kruipruimte. Er waren een paar handlangers bezig met andere werkzaamheden. Het was bekend dat mijn vader en  boekhouder Brouwers het niet altijd eens waren over de verschillende stappen die ik bij MUWI had gemaakt. Brouwers zei toen tegen mij dat ik die sleuf moest graven. Ik wees hem er op dat ik bezig was met timmerwerk en dat er verschillende andere handlangers waren die dat ook konden doen. Hij stond erop dat ik die sleuf zou graven. Ik heb toen een steekschop gepakt en hem die in de handen gedrukt met de woorden: Alstublieft mijnheer Brouwers, graaf die sleuf maar zelf! Ik ben weg. Ik heb toen mijn spullen gepakt, ben op mijn fiets gestapt en ben  weg gereden. Ik durfde niet naar huis, bang dat mijn vader kwaad zou zijn. Ik speelde toen met mijn orkest bij Dancing De Bie in Heerlen. Ik moest dus wel die avond met mijn werkschoenen achter mijn drumstel. Mijn vader gromde wat toen ik nachts thuis kwam. Maar daar bleef het bij. Ik was toen heel even werkeloos maar er wachtte al een nieuwe baas op me!!

In dienst van Hare Majesteit de Koningin!

Ik werd ingedeeld bij lichting 1958-6 en gekeurd in Roermond. Ik had me helemaal geen voorstelling gemaakt van enige voorkeur bij het leger. Ik veronderstelde dat men de rekruten indeelde op basis van de resultaten die bij de rekrutering werden behaald. We waren allemaal een beetje ballorig tijdens de keuring. Natuurlijk dronk ik toen ook een pilsje teveel in het café tegenover het station van Roermond voor we in de trein naar huis stapten. Ik werd goed gekeurd!!

Ik werd ingedeeld bij de verbindingstroepen. De basis opleiding begon in Vught. Gezellige barakken waar we met 8 man in een ruimte  sliepen. Ik leerde veel nieuwe collega's kennen waarvan met sommige een soort vriendschap ontstond. Plotseling had je een eigen bed, je eigen kast, je eigen wapen, maar ook je eigen legerschoenen, je te strijken hemden, je broeken waar een hele scherpe plooi in  hoorde, zelfs je koppel, alles moest er altijd spic en span uit zien: Het soldatenleven was begonnen! Onze oefeningen betroffen vooral exercitie, geweer onderhoud, sporten en lesuren omtrent het wat, hoe en waarom in het leger.

Een van de jongens had een gitaar en een aardige stem. Amerika en Engeland brachten ons de nieuwe muziekstijlen en hij probeerde die ook te spelen en wij natuurlijk te zingen. Zo vulden we de lange winteravonden.

Na twee maanden werd ik ingedeeld bij de Verbinding en overgeplaatst naar Ede, de Elias Beekman Kazerne. Alles was daar groter, de gebouwen, de slaapzalen, de kantine en vooral het aantal soldaten. Bij het ochtend defile stonden er honderden soldaten en rekruten op het grote plein.

Ik begon aan de opleiding telegrafist. In de eerste les leerden we meteen om met onze sein hamer dmv het aantal slagen, met korte of lange pauzes, letters door te seinen. B.A.R.O.S. waren de eerste.

Ik vond de opleiding wel leuk, het leek een beetje op drummen,  en leerde ook snel! Tot ik hoorde dat ik als telegrafist 21 maanden moest dienen. Maar dat was niet de bedoeling. Ik vond 18 al genoeg. Ik had me daar op ingesteld en was ook van plan om van die 18 maanden een leuke tijd te maken. Maar 21 ? Opeens lukte alles niet meer zo goed??? Na mijn eerste test besloot de commandant dan ook om me over te plaatsen naar de centralisten. (die maar 18 maanden moesten dienen!) Die opleiding heb ik met plezier en goed resultaat doorlopen.

Ondertussen was ik een redelijk goede drummer geworden. Veel vrije tijd was besteed aan oefenen en repeteren. Toen ik een keer moest helpen bij het voorbereiden van een show in de kantine ontdekte ik in een klein kamertje allerlei instrumenten die volgens mij best bruikbaar waren. Het drumstel in elk geval!! Ik ging op zoek naar de sergeant die daar over ging en bood hem aan te onderzoeken of ik genoeg muzikanten kon vinden om een orkestje te beginnen. Hij vond dat best en dat lukte! De Maastrichtse klarinettist en saxofonist Martin Kockelkorn was de eerste van de vijf soldaten die met mij samen de Elias Beeckman Rhythm Combo op richtte. 

Opeens was soldaat zijn wel heel leuk. We kregen tijd om te repeteren en we speelden al snel op  de officiers feestjes. Toen het wapen Verbinding 10 jaar bestond was er een concert op de markt in Ede. De grote militaire kapel van de Verbinding trad er op. Tot onze verbazing vond de dirigent het wel leuk om met ons samen " Oh, when the Saints go marching in" te spelen. Afwisselend speelde de Verbindingskapel en wij telkens een gedeelte van dit voor iedereen bekende lied. Het werd een succes.

De tijd in Ede ging te snel voorbij! Ik werd overgeplaatst naar Villa Het Djekt in Veldhoven bij vliegveld Eindhoven. In de villa waren kantoren voor de hogere luchtmacht officieren van vliegveld Eindhoven.

De centrale was direct naast de voordeur in een vrij kleine kamer. Er stonden 2 centrales, een tafel met een paar stoelen en een klein kantoortje voor mijnheer Thielen, onze burger baas!

Ik had snel door wat ik allemaal wel en niet moest doen om er goed te functioneren en toen begon de vakantie! Het bedienen van de centrale betekende het doorverbinden van binnenkomende en uitgaande gesprekken. Wij verbonden de binnenkomende gesprekken met de gevraagde persoon of belde de personen die een van onze officieren, of diens secretaresse, wilde spreken. We konden alles horen maar dat was natuurlijk niet toegestaan!

We hadden een 24 uurs wisseldienst. Van 8 uur tot 4 uur, van 4 tot 24 en van 0 uur tot 8 uur. Ik had geregeld met mijnheer Thielen dat ik zo vaak als mogelijk twee of meer nachtdiensten achter elkaar kon draaien. Ik reed dan na de nachtdienst met de bus van Veldhoven naar het begin van de snelweg naar het zuiden. Daar liftte ik dan naar huis waar ik meestal voor het middageten aan kwam. Ik had dan de hele namiddag en de volgende dag tot 4 uur tijd om aan ons gehuurde huis te werken. Het was een oud huis en de huur bedroeg maar 22 gulden per maand. Maar het moest van binnen eerst helemaal worden gestript en weer gestukadoord enz. Ik wilde klaar zijn voor de baby kwam en dat lukte. Helaas is ons kind direct na de geboorte gestorven. Ons nog jonge leven stond toen wel even helemaal op z'n kop!

Ik liftte meestal met een vrachtwagen of een zakenman. Er nog niet zo veel particulieren die een auto hadden. Vooral bij de gesprekken met de vertegenwoordigers dacht ik vaker dat dat voor mij ook een mooi beroep zou zijn. Ik besloot om bij het Nederlands Taal Instituut, het NTI, een cursus te bestellen. Het werd : Hoe word ik vertegenwoordiger? Ik had in Veldhoven meer dan genoeg tijd om te leren en mijn huiswerk te maken. Ik slaagde dan ook met vlag en wimpel! Al heel snel zou ik merken hoe ingrijpend die cursus mijn leven zou veranderen.

Ik vertelde al dat wij alle gesprekken konden horen. Toen ik Kaptein Soesman een Luva hoorde vragen of zij met hem mee wilde vliegen naar Eelde en zij vertelde dat ze helaas verhinderd was, zag ik mijn kans schoon. Ik belde haar en vroeg of ze mij wilde vertellen dat de kapitein haar gevraagd had. Toen ik haar had uitgelegd dat ik dan de kapitein kon vragen om mee te mogen vliegen, deed ze dat. De kapitein vond het goed! Ik mocht mee in de volkswagen naar het vliegveld, kreeg een parachute en de gordels om en daar taxieden we naar de startbaan. Ik had een hoofdtelefoon op en hoorde het gesprek met de verkeerstoren. Na ''ok for take off'' gaf Soesman gas en we stegen op.

Het was verrassend spannend, ik zag de stad Eindhoven onder me, alles werd wel snel kleiner. Opeens zei Soesman dat ik goed op moest letten. De voorkant ging de lucht in en opeens draaide hij de machine ondersteboven! We vlogen echt ondersteboven. Toen we weer normaal vlogen was ik al behoorlijk misselijk! Hij vroeg hoe ik het vond? Ik vertelde dat ik het niet helemaal gesnapt had. Toen deed hij het nog een keer en vertelde daarbij precies wat hij deed. Toen we weer normaal vlogen snapte ik het wel maar ik was ook heel,heel misselijk. De terugvlucht verliep normaal en toen ik uitstapte bedankte ik hem welgemeend voor het leuke uitstapje. Mijn maag was wel twee dagen van streek maar dat was mij die ervaring wel waard.

Om af te zwaaien moesten we naar Bergen op Zoom. We werden ingekwartierd in een oude kazerne. Ik herinner me eigenlijk alleen de jukebox in de kantine en daarin Chris Barber met Ice cream, een bruin cafe in de stad waar we Edith Piaf draaiden met Non, je ne regrette rien en het feit dat ik geen bewijs van goed gedrag kreeg bij het afzwaaien. Waarom heb ik nooit begrepen!!